Hoe stelt de Gentse industrie het in de klimaattransitie? Die vraag stond gisteren centraal tijdens een razend actueel debat van het GentsKlimaatforum 🏭🌎
We startten met getuigenissen van Tim Berckmoes van Anglo Belgian Corporation, Michaël Audenaert van Volvo Trucks Belgium & Luxembourg, Laurent Van Thournout van Daikin Europe. Drie bedrijven die zwaar investeerden in de ontwikkeling en productie van klimaatvriendelijke technologie: motoren op waterstof en methanol, elektrische vrachtwagens en warmtepompen.
Hoe gaan zij om met een markt die niet volgt? Met beleid dat plots verandert? Met een politiek die de transitie te weinig stuurt? Waar zitten vandaag de echte knopen? En wat kunnen bedrijven en overheden doen?
Samen met experten Koen Schoors en Joannes Laveyne (beide Universiteit Gent), Versmessen Bert (adjunct Permanent Vertegenwoordiger van België bij de EU) en Piet Dossche (ACV / Eastman) gingen we op zoek naar antwoorden.
✔️ Bedrijven hebben nood aan voorspelbare regelgeving op lange termijn, en overheden moeten wettelijke drempels wegnemen.
✔️ We moeten schaal creëren om productie van duurzame technologieën rendabel te maken, om de concurrentie van landen als China aan te kunnen.
✔️ Het elektriciteitsnet moet volgen: je kan als overheid niet verwachten dat bedrijven elektrificeren zonder het net het verzwaren.
✔️ De overheid heeft hefbomen om de markt te sturen (bv. via de prijsverhouding tussen elektriciteit en gas) en moet haar rol opnemen in de planning en coördinatie van het energiesysteem.
✔️ Minder behagen, meer eerlijkheid: politiek en belangenorganisaties moeten duidelijk maken dat de transitie noodzakelijk is, en gevolgen heeft.
We sloten de avond af met een hoopvolle boodschap: met de technologie die vandaag beschikbaar is, kan er al veel 👏 Zonder de investeringen in hernieuwbare energie van de afgelopen jaren zouden de energiekosten vandaag nog veel hoger liggen. Decarbonisatie draagt bij aan onze competitiviteit en onafhankelijkheid en blijft dus actueler dan ooit.
🙏 Dank aan alle sprekers!
🙏 Met steun van COPPER – Planning for Locally Powered Cities en Interreg North Sea Programme
















